plantennaam

mannelijk (de)/ˈplɑntəˌnam/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de naam die men geeft aan een plantensoort
    Bij salomonszegel, judaspenning, aronskelk en passiebloem zal het de bezoeker duidelijk zijn naar welke persoon of gebeurtenis de plantennaam verwijst. Reformatorisch Dagblad Noor de Graaf 17-08-2007 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/een-ceder-bij-een-kerk-zegt-meer-dan-een-lindeboom-1.1335927 Een ceder bij een kerk zegt meer dan een lindeboom]
    Uit de namen waarmee Surinamers planten in hun land aanduiden, blijkt dat tot slaaf gemaakte Afrikanen een groot deel van de flora in de Nieuwe Wereld herkenden. Zij namen planten mee of gaven vertrouwd ogende planten aan de overzijde van de oceaan dezelfde namen als in Afrika. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek van plantennamen in Suriname, Benin en Gabon door een team Nederlandse en Surinaamse botanici onder leiding van Tine van Andel van het Leidse Naturalis (PNAS, early online edition). NRC 2 december 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/12/02/slaven-gaven-planten-in-suriname-hun-naam-1443501-a351693 Slaven gaven planten in Suriname hun naam]