planttijd
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van planttijd?
planttijd betekent: de periode van het jaar die geschikt is voor het planten van gewassen en andere planten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van het jaar die geschikt is voor het planten van gewassen en andere planten
Voorbeelden van "planttijd" in een zin
- Op internet heeft ze gelezen dat de planttijd in april begint, door de zachte winter dit jaar zelfs nog eerder.
Veelgestelde vragen over planttijd
Wat is de betekenis van planttijd?
planttijd betekent: de periode van het jaar die geschikt is voor het planten van gewassen en andere planten
Welk woordgeslacht heeft planttijd?
planttijd is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je planttijd in een zin?
Voorbeeld: “Op internet heeft ze gelezen dat de planttijd in april begint, door de zachte winter dit jaar zelfs nog eerder.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek