plechtstatigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. al te bombastisch of plechtig als eigenschap van iets of iemand
    De eenvoud is de schoonheid van het leven, waarvan de waarheid de ernst is. Het doet ons ons afkeren van al het pompeuze en frivole. Het doet ons bidden en werken, zonder enige plechtstatigheid of „pracht en roem van woorden.” Het is een levenskracht, die zich uit in concentratie en de aandacht voor het eeuwige leven, en het geeft een „monumentale stijl” aan het leven dat in „menig boerenhuis” beter wordt begrepen dan in de „drukke persoonlijkheidscultuur” van de zogenaamde ‘cultuurmens’.
  2. iets of iemand die plechtigheid uitstraalt

Etymologie

* afleiding van plechtstatig

Vertalingen

Engelsstateliness