statigheid
Wat is de betekenis van statigheid?
statigheid betekent: een wat stijve deftigheid
Betekenis
- een wat stijve deftigheid
Voorbeelden van "statigheid" in een zin
- Met de verloren schoen, waarvan de kleine maat hem na al die jaren nu pas echt opviel, vormde het een beeld dat hem deed volschieten met mededogen jegens Zwanet, die bij al haar schoonheid en statigheid ook maar een bezorgd moedertje was.
- "Het beeld verenigt statigheid en speelsheid. Verder verandert de beeltenis continu, omdat de omgeving er een belangrijk en direct onderdeel van uitmaakt", schrijft het Amsterdamse Fonds Voor de Kunst in een persbericht. "Vanaf het vooraanzicht is het een duidelijk herkenbaar en trefzeker portret. Van de zijkant is het werk haast een dunne tekenlijn."
Betekenis en uitleg van statigheid
Statigheid verwijst naar een gevoel van waardigheid en majesteit. Het kan ook duiden op een zekere formele of plechtige uitstraling die iemand of iets heeft, vaak geassocieerd met autoriteit en respect.
Je gebruikt het woord statigheid meestal in situaties waarin je de indruk wilt overbrengen dat iets of iemand een bepaalde grandeur of serieuze uitstraling heeft. Denk aan ceremonies, officiële bijeenkomsten of zelfs bij het beschrijven van gebouwen die een imposante aanblik hebben. Het woord kan ook een nuance van afstandelijkheid impliceren, waardoor het minder geschikt is voor informele contexten.
Voorbeelden
- De statigheid van het oude kasteel trok onmiddellijk de aandacht van de bezoekers.
- Met zijn statigheid en zelfvertrouwen leidde de spreker de vergadering.
- De statigheid van de koningin tijdens de ceremonie was onmiskenbaar.
Woordoorsprong
Het woord 'statigheid' is afgeleid van 'staat', wat verwijst naar een toestand of positie, en wordt vaak geassocieerd met statuur en aanzien.
Veelgestelde vragen over statigheid
Wat is de betekenis van statigheid?
statigheid betekent: een wat stijve deftigheid
Welk woordgeslacht heeft statigheid?
statigheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van statigheid?
Synoniemen van statigheid zijn: plechtstatigheid, verhevenheid, stemmigheid, vormelijkheid, staatsie.
Hoe gebruik je statigheid in een zin?
Voorbeeld: “Met de verloren schoen, waarvan de kleine maat hem na al die jaren nu pas echt opviel, vormde het een beeld dat hem deed volschieten met mededogen jegens Zwanet, die bij al haar schoonheid en statigheid ook maar een bezorgd moedertje was.”
Etymologie
* afleiding van statig