Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
pleinverbod
onzijdig (het)/ˈplɛiɱvərˌbɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) door de rechter of burgemeester opgelegde maatregel waardoor iemand niet op een bepaald openbaar plein mag zijnDe politie heeft afgelopen weekeinde 37 pleinverboden uitgedeeld op de Amsterdamse uitgaanspleinen. (…) Ze arresteerde een taxichauffeur die vrijdag een pleinverbod had gekregen en dat zaterdag overtrad door toch op het Leidseplein te rijden.Het stadsdeel bestrijdt de overlast door drugsgebruikers, maar als het uit de hand loopt komt de burgemeester met bijvoorbeeld een pleinverbod.
- (juridisch) door de eigenaar opgelegde maatregel waardoor iemand niet op een bepaald plein in een particulier gebied mag zijnIntussen probeerde de school de vader een pleinverbod te geven en, desnoods, het kind te schorsen wegens het wangedrag van de ouder.
Etymologie
*, naar het voorbeeld van straatverbod
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek