plejade

vrouwelijk (de)/pleˈjadə/

Wat is de betekenis van plejade?

plejade betekent: zevental personen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zevental personen
  2. zeven of een ander select aantal personen die door hun prestaties als groep worden gezien
  3. figuurlijk (figuurlijk) selecte verscheidenheid
  4. natuurkunde, verouderd (natuurkunde) (verouderd) verzamelterm voor al de isotopen van een element

Voorbeelden van "plejade" in een zin

  • John Ricus en Catharina hadden in Batavia zeven kinderen gekregen (…) Het laatste nog in Indië geboren zoontje werd François Emile genoemd. Hij besloot deze plejade in 1857.
  • Meer algemeen spreekt Van Loo vaak van ‘trek’ (…) in boeken en worden koks met een Michelinster omgekeerd beschreven in termen van de ‘plejade van de haute cuisine’ (…).
  • Met L'Allegria verwierf Ungaretti wereldfaam. Maar de dichter, die samen met Eugenio Montale, Salvatore Quasimodo en Umberto Saba tot de plejade van de 20ste-eeuwse Italiaanse poëzie behoort, is in Nederland alleen geëerd met verspreide publicaties en vertalingen.
  • Wie de Vlaamse kranten en weekbladen van 2008 overloopt, merkt dat steeds meer schrijvers zich inderdaad weer mengen in het maatschappelijke debat en zich profileren in een plejade van thema's.
  • Daarmee zijn we in de jaren zestig beland: een voortgezette plejade van tijdschriften en onder elkaar duchtig discussiërende groepen die in de golden sixties het artistieke gebeuren met hand en tand verdedigden tegen de burger en tegen het conformisme.

Etymologie

*(eponiem) van pleiade, in de Griekse mythologie elk van de zeven nimfen, , die de godin Artemis vergezelden en door Zeus in het zevengesternte werden veranderd, gespeld met een kleine letter volgens