plenzen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (onpr) bijzonder hard regenenDe hele dag plensde het, maar tegen de avond klaarde het op.
- (ov) veel vloeistof ineens uitstortenHij plenst de melk in de beslagkom.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gieten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1635
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek