plooirokje
/ˈplojrɔkjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steeltjeszwammen) bepaald soort paddenstoel, uit de familieDe rand van de hoed van het plooirokje is blauwachtig grijs.
Etymologie
**[2] vanwege de gelijkenis op een kort rokje met plooien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek