pluizerij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onderzoek, uitpluizerijVan de schrijver, min of meer uitgeput na enkele jaren van pluizerij, wordt dan nog verwacht dat hij met schijn van geloofwaardigheid de niet-broodetende-profeet zal gaan uithangen. (1975)–J.A.C. Tillema [https://www.dbnl.org/tekst/till014sche01_01/till014sche01_01_0024.php Schetsen uit de geschiedenis van de monumentenzorg in Nederland]
Etymologie
* van pluizen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek