plus
mannelijk (de)/plʏs/
Wat is de betekenis van plus?
plus betekent: en, daarbij
Betekenis
voegwoord
- en, daarbij
- rekenkundige operatie
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) +: teken voor (optelling van) positieve getallen
- overdrachtelijk: een voordeel
Voorbeelden van "plus" in een zin
- Over mijn donsjas had ik mijn regenjas aangetrokken en ik lag met een regenbroek plus legging in mijn slaapzak te bibberen van de kou.
- Deze plus zou een min moeten zijn.
- We moeten alle plussen en minnen eerst eens goed op een rijtje moeten zetten.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plusteken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1537
Vertalingen
Engelsplus
Duitsplus
Spaansmás
Japans足す, たす, tasu
Poolsplus
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek