Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pneumatoloog

mannelijk (de)/ˌpnømatoˈlox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (christelijk) iemand bij wie de Heilige Geest een centrale rol in het geloof speelt
    Johannes XXIII is zijn paus, zoals Alfrink zijn bisschop is. Maar daarnaast stelt hij de werking van de Geest in het persoonlijke leven centraal, de Geest van het Veni sancte Spiritus, in de vertaling van Jan van Laarhoven: “de Geest die buigt wat star is, koestert wat bevroren is, recht wat kromgetrokken is, wast wat morsig is, drenkt wat dor is”. Dit is de spirituele theoloog Frans Haarsma. Misschien is hij als theoloog behalve ecclesioloog vooral ook pneumatoloog.

Etymologie

*afgeleid van "pneumatologie" zonder de uitgang -ie of gevormd uit "πνεύματος" (pneúmatos) "van de geest"