poepen

/ˈpupə(n)/

Wat is de betekenis van poepen?

poepen betekent: (inerg) poep uitwerpen, zijn behoefte doen

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) poep uitwerpen, zijn behoefte doen
  2. inerg, verouderd (inerg) (verouderd) winden laten
  3. inerg (inerg) (gewestelijk) bevallen
  4. ov, seksualiteit (ov) (seksualiteit) (Belgisch-Nederlands) geslachtsgemeenschap hebben (met de vrouw als lijdend voorwerp)

Voorbeelden van "poepen" in een zin

  • Hij rende naar de wc omdat hij nodig moest poepen.
  • Als je te veel uien eet, loop je de hele dag lang te poepen.
  • Toen ze net zeven maanden zwanger was, brak haar water; ze zou dadelijk gaan poepen.
  • Het verliefde koppeltje lag 's avonds in de duinen te poepen.
  • Hij poepte zijn partner elke zondagochtend.

Betekenis en uitleg van poepen

Poepen is een informeel Nederlands woord dat verwijst naar het proces van ontlasting. Het is een natuurlijk lichamelijk proces waarbij het lichaam afvalstoffen kwijtraakt, vaak gepaard met een gevoel van verlichting.

Dit woord wordt vaak gebruikt in alledaagse gesprekken, vooral in informele contexten. Het kan zowel door kinderen als volwassenen gebruikt worden, maar de toon kan variëren afhankelijk van de situatie; in een speelse omgeving kan het luchtig zijn, terwijl het in andere situaties misschien als ongepast wordt ervaren.

Voorbeelden

  • Na het eten moest ik dringend poepen, dus ik haastte me naar het toilet.
  • Kinderen hebben vaak de neiging om te lachen als ze het woord 'poepen' horen.
  • Tijdens de wandeling in het park zocht de hond een geschikte plek om te poepen.

Veelgestelde vragen over poepen

Wat is de betekenis van poepen?

poepen betekent: (inerg) poep uitwerpen, zijn behoefte doen

Hoeveel betekenissen heeft poepen?

poepen heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van poepen?

Synoniemen van poepen zijn: schijten, kakken, drukken, veesten, vrijen.

Hoe gebruik je poepen in een zin?

Voorbeeld: “Hij rende naar de wc omdat hij nodig moest poepen.

Etymologie

*[4] nevenvorm van "poppen", dat in eerste instantie betekent "met de poppen spelen"

Vertalingen

Franschier, faire caca, baiser
Spaanscagar, defecar