Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

poepiedoepie

mannelijk (de)/ˈpupiˌdupi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spreektaal (spreektaal) koosnaam die innige vertedering uitdrukt
    We noemen elkaar zonder blikken of blozen o.a. (lekkere) apekeutel, poepiedoepie, (lekkere) drol, poepescheetje, scheet(je), schetepeteet of zelfs schetepoepekakkedeintje.
  2. spreektaal (spreektaal) lief, vertederend
    Nee hoor, het is niet wat je denkt…Justin is niet op een jongen, genaamd Phil. Het gaat hier om het allerliefste, cuteste, poepiedoepie, schattigste hondje dat we ooit hebben gezien! Dus, Ladies… Meet Phil, de nieuwe puppy van Justin!

Etymologie

* reduplicatie van poepie met verandering van medeklinker