polder
mannelijk (de)/ˈpɔldər/
Wat is de betekenis van polder?
polder betekent: (waterbeheer) een bedijkt stuk land waarin de waterstand kunstmatig geregeld wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) een bedijkt stuk land waarin de waterstand kunstmatig geregeld wordt
Voorbeelden van "polder" in een zin
- Heel Flevoland is één grote polder.
- Door het nog nazinderende zomerlandschap van de polder Klinkerland voerde mijn route onderlangs de imposante dijk, die onverzettelijk als een vestingmuur naast me oprees.
- Hij wees ons waar de eerste dijk doorbrak en waar de huisjes die toen waren weggespoeld stonden, hoe het water de polder in stroomde, en wie er in welk huis had gewoond.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bemalen land’ voor het eerst aangetroffen in 1130
Vertalingen
Engelspolder
Franspolder
DuitsKoog, Polder
Spaanspólder
Portugeespôlder
Deenskog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek