polemoloog
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sociaal wetenschapper die het ontstaan van oorlog en vrede bestudeertHet willen voorkomen van problemen voordat ze ontstaan is een nobel streven, maar het beleid zelf veroorzaakt vaak weer andere problemen. De Deense polemoloog Mikkel Svedby Rasmussen noemt dat in zijn boek The risk society at war het boomerang effect. HP de Tijd 27/08/2009 [https://www.hpdetijd.nl/2009-08-27/pech-moet-weg/ Pech moet weg]Met haar had ik wellicht een andere gespreksroute gevolgd dan met Welmoed Verhagen, die achtereenvolgens 'lobbyist', 'psycholoog' en polemoloog zegt te zijn en een poosje van haar leven in dienst heeft gesteld van de mondiale strijd tegen kernwapens. HP de Tijd 03/09/2010 [https://www.hpdetijd.nl/2010-09-03/ga-het-avontuur-aan/ 'Ga het avontuur aan!']Oorlogen zijn het product zijn van menselijke beslissingen en onvoorspelbaar, reageert polemoloog Johan van der Dennen, senior-onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij wijst schamper op de ‘bijna onmetelijk rekbare statistische marges’ in het werk van Clauset. ‘Als de ‘lange vrede' een eeuw aanhoudt, is dat statistisch niet 'ongewoon'. Maar als volgende week de pleuris uitbreekt door toedoen van Kim Jong-un of Donald Trump, ligt dat ook binnen de statistische verwachtingen.’ de Volkskrant Cor Speksnijder26 maart 2018 [https://www.volkskrant.nl/wetenschap/er-is-geen-vreedzame-trend-kans-op-een-grote-oorlog-is-niet-meetbaar-veranderd-blijkt-uit-statistische-analyse~bb60170f7/ Er is geen ‘vreedzame trend’: kans op een grote oorlog is niet meetbaar veranderd, blijkt uit statistische analyse]
Etymologie
* uit het Latijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek