polo
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) balsport, van Engelse oorsprong, gespeeld met houten hamers voor twee ploegen in principe te paard (paardenpolo)
- (sport) waterpolo
- (kleding) T-shirt met korte mouwen en een overhemdkraag, poloshirt, polotruitje
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘balspel’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Vertalingen
Spaanspolo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek