polsbeweging
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- draaiing van het polsgewricht waardoor onderarm en hand een andere stand t.o.v. elkaar krijgenZe is lastig voor keepster Tess Wester. ,,Omdat ze kleiner is dan de gemiddelde opbouwer komen de ballen bij haar net even anders dan verwacht.” Lois Abbingh, de Nederlandse in vorm, zegt over Mørk: ,,Ze heeft een goede polsbeweging. Ik kan met mijn lengte eroverheen, zij schiet óm de verdediging heen.”Gebruikers kunnen straks met een aantal simpele polsbewegingen hun horloge besturen zonder dat ze daarbij hun andere hand nodig hebben.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek