Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
pomelo
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tuinbouw) (Nederland) benaming een boom soort, die is ontstaan uit een kruising van pompelmoes () en grapefruit ()
- (fruit) (Nederland) vrucht van een boom , met groengele schil lijkt op een gele grapefruit, maar groter en zoeter van smaak is
- (bloemplanten) (België) boom
- (fruit) (België) pompelmoes, vrucht van de boom
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pompelmoes’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968
Vertalingen
Engelspomelo, pummelo
Franspomelo, pamplemoussier, pamplemousse
DuitsPomelo
Spaanspomelo, pomelo
Italiaanspomelo
Portugeespomelo
Russischпомело
Arabischبومَلي
Poolspomelo
Zweedspomelo, honungspomelo
Deenspomelo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek