pomp
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɔmp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) werktuig dat door middel van drukverschil vloeistoffen of gassen verplaatst
- (informeel) benzinepomp, tankstationIn Tain l'Hermitage zien we een vervallen garage uit de jaren dertig. G RAGE staat boven de poort, zoals de Nationale 7 ook veel OTELS en RE TAUR NTS kent. De pompen staan er nutteloos bij, op een uithangbord wuift een Michelinmannetje naar de klanten die nooit meer zullen komen.
- (waterbeheer), (techniek), (Noord-Nederland), kokervormige onderdoorgang om water af te voeren
zelfstandig naamwoord
- (kleding) verstelwerk
- (informeel) baantje
- (verouderd) pracht, praal
Etymologie
*[B] van "pompe", in de betekenis van ‘praal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1439
Uitdrukkingen
- door de pomp gaan
- loop naar de pomp
- van pomp noch pompstok weten
Vertalingen
Engelspump
Franspompe
DuitsPumpe
Spaansbomba
Italiaanspompa
Portugeesbomba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek