pontman

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrachtvaarder in de binnenvaart
  2. schipper op een veerpont
    Iemand stoot tegen mijn fiets. Ik draai me boos om, klaar om de hork toe te snauwen die de al volle pont nog voller probeert te stouwen, maar kijk recht in het vrolijke gezicht van 'de pontman.