ponton

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) werkschuit met een vlak dek
    De steiger is opgebouwd uit enkele pontons.
    De heimachine was bevestigd op twee betonnen pontons en voorzien van een heiblok van drie ton.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vaartuig dat brug ondersteunt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelspontoon
Fransponton
DuitsPonton