poortdeur

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deur die een poort afsluit
    Verraad! Kom terug!Dolochov was bij de poortdeur, waar hij was blijven staan, in gevecht gewikkeld met een huismeester die probeerde de deur achter Anatole op slot te doen.
    Maar voor hoelang ook, voor mij gaat de poortdeur open en dan ben ik met de laatste lach en joint in de hand en mijn bier.

Vertalingen

Engelswicket door