poos

mannelijk/vrouwelijk (de)/pos/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdsinterval.
    Hij moest een poos wachten voordat de bus aankwam.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tijd(je)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1338

Vertalingen

Engelswhile