paardenkar

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een door een paard voortgetrokken tweewielige wagen
    Twee mannen zijn zondagochtend zwaargewond geraakt door een ongeluk met een paardenkar in Rosmalen. Het paard sloeg op hol en de kar raakte twee bomen. Vervolgens sloeg het voertuig om.