Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
poppensnor
mannelijk/vrouwelijk (de)/ΛpΙpΙ(n)ΛsnΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) opvallende strook gezichtsbeharing boven de bovenlipTerzijde stond een man met een benig gezicht en een poppensnor.{{ouds"Doe me verder een lol en scheer die poppesnor af," luidde het minzame antwoord. "() Die zwarte tandenborstel onder uw neus geeft beslist een macaber effekt."
- (metonymisch) (pejoratief) man met een strookje gezichtsbeharing boven de bovenlipWat zegt die gekke poppensnor nou?
- (pejoratief) overijverig speurderAan de overkant van het water, op de kade, ziet hij twee agenten tegen de stroom in van denkbeeldig verkeer, gelijk met hem opfietsen. (β¦) De ene agent heft zijn hand ten teken van stop. Ze rijden hem vast in hun fuik. Een poedel en een poppensnor.
- (verouderd) wagentje voor het vervoer van een kind dat nog niet kan lopenMidden op de dam staat tussen het hek een klein meisje met haar βpoppensnorβ; de handjes omklemmen het duwboompje.{{ouds{{ouds
Etymologie
*[3] (eponiem) afgeleid van de bijnaam "(Pietje of Napoleon) Poppesnor" van de Amsterdamse politieman [https://www.vanoorschot.nl/tirade_blog/pietje-poppesnor/ Hendrik Blonk], die bekend stond als boevenvanger en bestrijder van homoseksuelen en na de oorlog werd veroordeeld voor zijn aandeel in de Jodenvervolging
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek