Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

poppensnor

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpΙ”pΙ™(n)ˌsnΙ”r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) opvallende strook gezichtsbeharing boven de bovenlip
    Terzijde stond een man met een benig gezicht en een poppensnor.
    {{ouds
    "Doe me verder een lol en scheer die poppesnor af," luidde het minzame antwoord. "() Die zwarte tandenborstel onder uw neus geeft beslist een macaber effekt."
  2. metonymisch, pejoratief (metonymisch) (pejoratief) man met een strookje gezichtsbeharing boven de bovenlip
    Wat zegt die gekke poppensnor nou?
  3. pejoratief (pejoratief) overijverig speurder
    Aan de overkant van het water, op de kade, ziet hij twee agenten tegen de stroom in van denkbeeldig verkeer, gelijk met hem opfietsen. (…) De ene agent heft zijn hand ten teken van stop. Ze rijden hem vast in hun fuik. Een poedel en een poppensnor.
  4. verouderd (verouderd) wagentje voor het vervoer van een kind dat nog niet kan lopen
    Midden op de dam staat tussen het hek een klein meisje met haar β€˜poppensnor’; de handjes omklemmen het duwboompje.
    {{ouds
    {{ouds

Etymologie

*[3] (eponiem) afgeleid van de bijnaam "(Pietje of Napoleon) Poppesnor" van de Amsterdamse politieman [https://www.vanoorschot.nl/tirade_blog/pietje-poppesnor/ Hendrik Blonk], die bekend stond als boevenvanger en bestrijder van homoseksuelen en na de oorlog werd veroordeeld voor zijn aandeel in de Jodenvervolging