popper
mannelijk (de)/ˈpɔpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vloeibaar roesmiddel met een scherpe geur, gebruikt voor feesten en seksAan de bar vraag ik wat er in dat flesje zat. ‘Dat was een popper’ legt mijn gids uit, 'het is amylnitriet, een stimulans. In de desbetreffende bars kan je het kopen. Het werkt vaatvernauwend, de bloedstuwing gaat sneller en het geeft heel even een gevoel van opwinding.
- (persoon) (straattaal) (misdaad) crimineel die zich toelegt op het organiseren of uitvoeren van moordenVolgens bronnen in de onderwereld - waar Naoufal F. bekendstaat als „een popper”, iemand die liquidaties pleegt of organiseert – wist Naoufal F. dat het slachtoffer zou worden doodgeschoten.
Etymologie
*van """
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek