portatief

onzijdig (het)/ˌpɔrtaˈtif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een draagbaar klein pijporgeltje dat voornamelijk in de middeleeuwen en renaissance in vooral wereldlijke muziek werd gebruikt
  2. draagbaar, verplaatsbaar, portable
    En dus werden de noten van de Grieks-Amsterdamse componist ditmaal gespeeld door theorbes (langhalsluiten), een traverso (fluit), viola da gamba's, een cornetto (oude trompet), een violone, viool, oude trombones en een portatief orgel. En opnieuw kwam de muziek vol in het hart binnen.

Etymologie

* uit het Frans