pos
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort vis, , behorend tot de familie van de baarsachtigen
Etymologie
*van Middelnederlands "pos", in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1287
Vertalingen
Engelsruffe
Fransgrémille
DuitsKaulbarsch
Zweedsgärs
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek