potje
/ˈpɔcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoeveelheid geld met een bepaalde bestemmingOm dit akkevietje te bekostigen hebben we een speciaal potje.
- (spel) afgerond spel, onderdeel van de beoefening van een spel met een uitslag die niet meer verandertDat werd al snel een potje knokken.
Etymologie
**[3] vanwege de gewoonte dat de winnaar beloond wordt met het geld dat de deelnemers daarvoor hebben ingelegd
Uitdrukkingen
- kleine potjes hebben grote oren
- op ieder potje past een dekseltje
Vertalingen
DuitsPartie, game
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek