praal
mannelijk/vrouwelijk (de)/'pral/
Wat is de betekenis van praal?
praal betekent: opzichtige schoonheid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opzichtige schoonheid
Voorbeelden van "praal" in een zin
- De praal van de feestjes van Paris Hilton is steeds een beetje overdreven.
Etymologie
* In de betekenis van ‘pracht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek