praatstoel

mannelijk (de)/ˈpratstul/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gemakkelijke stoel waarin het aangenaam praten is
    Toch wil dat niet zeggen dat hij partijpolitiek verkocht is: de Democraten krijgen er net zo goed van langs als ze stommiteiten uithalen, en president Obama had het niet altijd makkelijk in Stewarts praatstoel. Maar niettemin is Stewart duidelijk een man die meer inspiratie vond in het spotten met George W. Bush dan met Barack Obama. de Standaard 12 FEBRUARI 2015 Steven De Foer
  2. plaats vanwaar men mensen kan toespreken

Uitdrukkingen

  • op zijn praatstoel zittenuitgebreid aan het praten zijn