pracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van pracht?
pracht betekent: versiering met als doel indruk te wekken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- versiering met als doel indruk te wekken
Voorbeelden van "pracht" in een zin
- De koning kwam met veel pracht en praal naar de opening van de Staten Generaal.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van βpraalβ voor het eerst aangetroffen in 1569
Vertalingen
Engelsgloss, luxury, pomp
Spaansesplendor, lujo, pompa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek