Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

prachtpitta

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae). De prachtpitta is werkelijk een prachtige vogel van 22 cm lengte. De rug is glanzend zwart en de vleugeldekveren zijn hemelsblauw, terwijl de buik en de onderkant van de staart scharlakenrood gekleurd zijn. Onvolwassen dieren en vrouwtjes zijn minder opvallend gekleurd