Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

prank

mannelijk (de)/prΙ›Ε‹k/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grap die bij iemand anders wordt uitgehaald, met als doel diegene te verbazen, dan wel in verlegenheid te brengen of te vernederen
    Mel en Michael, verbaasd als ze waren dat ze serieus werden genomen, zetten de prank vervolgens vrolijk door.
    Hoe serieus slavisten als Thomas Langerak en Charles B. Timmer dit Manifest ook nemen, het blijft toch vooral een typisch β€˜oberioetse’ prank. Lariekoek is het.

Etymologie

*van "prank"