presbyopie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) toenemende verzwakking van het accommodatievermogen van de ogen bij het klimmen van de jaren
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'presbus' (de oudste, oude man)
Vertalingen
Spaanspresbicia, vista cansada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek