presbyter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (beroep) priester (in de oude christelijke gemeenten)
- (religie) ouderling in de presbyteriaanse kerk
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘priester’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1535
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek