Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
priesterzoon
mannelijk (de)/ˈpristərˌzon/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- man, wiens vader de rituelen voor een religieuze gemeenschap uitvoerdePuur geschiedenis, want over de waarheidsvraag van de Bijbelse boodschap kan en wil priesterzoon MacCulloch, zelf diaken in de Anglicaanse kerk, zich als historicus niet uitspreken.Hij was een van de aanvoerders van de joodse opstand, gaf zich op een gegeven moment over aan generaal Vespasianus, voorspelde hem dat hij keizer zou worden en had zich al een heel aardige positie veroverd toen dat ook gebeurde. Hij bleef de rest van zijn leven in Rome, eerst begunstigd door keizer Vespasianus en later door diens zoon keizer Titus. Hij nam zelfs hun familienaam 'Flavius' aan. Zo veranderde de priesterzoon Jozef ben Matthias in de historicus Flavius Josephus.
- (religie) (rooms-katholiek) mannelijk kind dat later een geestelijke wordtTegelijkertijd kan de ‘schuldigheid’ van katholieke geestelijken die hun seksuele behoeften op kinderen uitleefden, enigszins gerelativeerd worden door de omstandigheden waarin zij vanaf hun twaalfde vanwege hun ‘roeping’ moesten leven. Die roeping werd vaak aangepraat, want uit die grote katholieke gezinnen moest toch minstens één priesterzoon voortkomen. Dat leidde tot 12-jarigen die naar het kleinseminarie werden gestuurd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek