prijsgeven

/ˈprɛis.xevə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een geheim onthullen, toegeven dat iets waar is
    De trainer gaf niets prijs op de persconferentie.
    Hij was ervan overtuigd dat de man meer wist dan hij prijsgaf.
  2. ov (ov) iets als verloren moeten beschouwen
    Het fonds gaf 7 procent prijs op de beurs.
    Door de bouw van een inlaagdijk werd land prijsgegeven aan de rivier.

Etymologie

* In de betekenis van ‘opofferen’ voor het eerst aangetroffen in 1806

Vertalingen

Duitspreisgeben