priores

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijk hoofd van een nonnenklooster
    Sinds 1878 dragen ze de naam ”Benedictinessen van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen”. In dat jaar kwam er een priores aan het hoofd van de gemeenschap te staan.
    De paus had de nonnen van het Karmelietessenklooster in Lucena een paar minuten voor de jaarwisseling gebeld. Hij had priores Adriana en andere nonnen vijftien jaar geleden in Argentinië ontmoet en sindsdien niet meer gesproken.

Etymologie

* afleiding van prior