prol
mannelijk (de)/prɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) iemand van lage komaf die zich onbeschoft gedraagt
zelfstandig naamwoord
- dikke brij die met aardappelen of brood dik is gemaakt
Etymologie
*[B] mogelijk verwijzing (klanknabootsing) naar een week allegaartje dat een pruttelend geluid maakt, verwant aan prul, prut, pruttelen en prutsen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek