hufter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord, informeel (scheldwoord) (informeel) man die zich lomp, onbehouwen en/of aanstootgevend gedraagt
    Met die hufter wil ik niets van doen hebben.
    Je bedoelt dat Brylcreem-type in je klas van het meisjestikkertje spelen? Hij is hier één keer binnen geweest met een vriendin van me. Eén keer! En hij is daarna nooit meer uitgenodigd, die stomme hufter.

Etymologie

* In de betekenis van ‘Bargoens scheldwoord: schoft’ voor het eerst aangetroffen in 1927

Vertalingen

Engelslout, jerk, asshole
Fransplouc, péquenaud, rustre
DuitsRüpel