lomperd

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van lomperd?

lomperd betekent: (scheldwoord) een onhandig persoon

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) een onhandig persoon
  2. scheldwoord (scheldwoord) een grof en onbeleefd persoon

Voorbeelden van "lomperd" in een zin

  • Ach, wat ben je toch een lomperd!
  • Ga toch weg, jij lomperd!

Betekenis en uitleg van lomperd

Een 'lomperd' is iemand die onhandig, klungelig of sociaal ongemakkelijk is. Het woord heeft vaak een negatieve bijklank en kan gebruikt worden om iemand te beschrijven die niet goed oplet of zich niet netjes gedraagt.

Je gebruikt het woord 'lomperd' meestal in informele gesprekken, vaak om een vriend of kennis die zich onhandig gedraagt te plagen. Het kan ook verwijzen naar iemand die niet goed kan omgaan met sociale situaties. Het is belangrijk om te onthouden dat het een vrij denigrerende term is, dus gebruik het met mate.

Voorbeelden

  • Als hij weer eens iets omstoot tijdens het diner, noemen we hem maar een echte lomperd.
  • Ze dacht dat het een goed idee was om te dansen, maar haar vrienden noemden haar een lomperd omdat ze de hele tijd over haar eigen voeten struikelde.
  • Die lomperd weet echt niet hoe hij zich normaal moet gedragen in gezelschap.

Woordoorsprong

De oorsprong van 'lomperd' is waarschijnlijk gerelateerd aan het woord 'lomp', wat onhandig of grof betekent. Het is een samenvoeging van eigenschappen die wijzen op een gebrek aan finesse.

Veelgestelde vragen over lomperd

Wat is de betekenis van lomperd?

lomperd betekent: (scheldwoord) een onhandig persoon

Hoeveel betekenissen heeft lomperd?

lomperd heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft lomperd?

lomperd is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van lomperd?

Synoniemen van lomperd zijn: kluns, hobbezak, lomperik.

Hoe gebruik je lomperd in een zin?

Voorbeeld: “Ach, wat ben je toch een lomperd!

Etymologie

*Van lomp

Vertalingen

Engelslout, lout, boor
Fransbeauf
Spaansgrosero, mastuerzo, palurdo