promoten

/proˈmotə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) reclame maken voor
    Hij promootte het feest.
    Mijn vrouw had vroeger een abonnement op de Vrekkenkrant (een tijdschrift dat een eenvoudige en zuinige levenswijze wilde promoten.

Etymologie

*Komt van het Engelse promote.

Vertalingen

Engelspromote
Franspromouvoir
Duitsaufbauen
Spaanspromover