promoten
/proˈmotə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) reclame maken voorHij promootte het feest.Mijn vrouw had vroeger een abonnement op de Vrekkenkrant (een tijdschrift dat een eenvoudige en zuinige levenswijze wilde promoten.
Etymologie
*Komt van het Engelse promote.
Vertalingen
Engelspromote
Franspromouvoir
Duitsaufbauen
Spaanspromover
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek