pronkerij
vrouwelijk (de)/prɔŋkə'rɛɪ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zich met opzet in de aandacht van anderen brengen met (vermeende) schoonheid of andere bewonderenswaardige hoedanighedenNu zij haar nieuwe diamanten halssnoer omgedaan had, kon zij de verleiding tot pronkerij geen weerstand bieden.
Etymologie
* van pronken .
Vertalingen
Engelsostentation
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek