Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
pruikenboomfamilie
vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een familie van bedektzadigen. De familie telt tussen de vijfhonderd en duizend soorten, meest bomen maar ook struiken. Deze komen primair voor in de tropen en subtropen. De familie is bekend van de cashewnoot () en pistachenoot (), alsook van de mango ()
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek