psyche

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpsixə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de menselijke ziel of geest
  2. psychologie (psychologie) de zetel van de bewustzijnsverschijnselen

Etymologie

* afkomstig van het Oudgriekse ψυχή (psukhē, “geest”)

Vertalingen

Spaanspsique, psiquismo