publiciteit

vrouwelijk (de)/ˌpyblisiˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. door publieke media aan een zaak geschonken aandacht
    Er ontstond enorm veel publiciteit over deze zaak.
    Gerard Sanderinks ict-bedrijf Centric wankelt onder de aanhoudende stroom van slechte publiciteit. Die opmerkelijke bekentenis deed bestuursvoorzitter Louis Luijten maandagmorgen in de rechtszaal in Almelo.
  2. openbaarheid, bekendheid
  3. reclame

Etymologie

*afgeleid van het Franse publicité of van publiek

Vertalingen

Engelspublicity
Franspublicité
DuitsBekanntheit
Spaanspublicidad