puimsteen

/ˈpœymsten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (n) (geologie) een uiterst lichte en poreuze steensoort van vulkanische oorsprong
    Vroeger werd puimsteen gebruikt om hout mee te schuren.
  2. gereedschap (m) (gereedschap) een stuk materiaal uit [1] bestaande
    Uit de vastgeworden massa werden puimstenen zo groot als heuvels over het gehele landschap van Asia, Lesbos, Abydos en het kustgebied van Macedonië geslingerd, [...].De ikonenstrijd van 726-843, {{Aut|S. De Boer

Etymologie

* In de betekenis van ‘poreuze steen’ voor het eerst aangetroffen in 1518

Vertalingen

Engelspumice
Franspierre ponce
DuitsBimsstein
Spaanspiedra pómez, pumita, piedra poma
Zweedspimpsten