pulsen
/ˈpʏlsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (bouwkunde) methode bij grondboringen, waarbij een buis, die van onderen open is, op diepte wordt gedrukt door grond onder uit de paal te scheppen
- (geschiedenis) (Nederland) leeghalen van de huizen van Joden en anderen die tijdens de Duitse bezetting waren gedeporteerd of ondergedoken
Etymologie
*: "puls" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek