pulsen

/ˈpʏlsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) methode bij grondboringen, waarbij een buis, die van onderen open is, op diepte wordt gedrukt door grond onder uit de paal te scheppen
  2. geschiedenis (geschiedenis) (Nederland) leeghalen van de huizen van Joden en anderen die tijdens de Duitse bezetting waren gedeporteerd of ondergedoken

Etymologie

*: "puls" met de uitgang -en