pup

mannelijk (de)/pʏp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jonge hond
    Ik was weer blij en naïef als een jonge pup.
  2. (bij uitbreiding) jong van bepaalde dieren, met name de zeehond, muis, rat en otter

Etymologie

*van "pup", in de betekenis van ‘jonge hond’ aangetroffen vanaf 1940