pup
mannelijk (de)/pʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jonge hondIk was weer blij en naïef als een jonge pup.
- (bij uitbreiding) jong van bepaalde dieren, met name de zeehond, muis, rat en otter
Etymologie
*van "pup", in de betekenis van ‘jonge hond’ aangetroffen vanaf 1940
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek